Ik wil het liefst dat mijn locomotieven zo realistisch mogelijk op de modelspoorbaan rondrijden. Daar hoort voor mij ook bij dat de lampen correct zijn zoals in het origineel. Zwitserland heeft echter flink wat verschillende seinbeelden op locomotieven: dat wordt dus een leuke opgave.
Eerst moeten we maar eens inventariseren welke mogelijkheden er allemaal zijn. Daarom is het van belang om te weten welke functies een locomotief kan hebben. We maken onderscheid tussen:
- Een trekkende locomotief (met onderscheid tussen de eerste, volgende of laatste)
- Een duwende locomotief
- Een locomotief in opzending
- Een losse locomotief zonder trein
- Een locomotief in ‘treinstelbedrijf’
Seinbeelden op de locomotieven die hetzelfde betekenen kunnen op deze verschillende soorten locomotieven anders zijn. En ik wil dat allemaal kunnen weergeven.

De normale seinbeelden
Een trekkende locomotief (met dus een trein erachter) is voor mij de basis. In Zwitserland heeft die locomotief drie witte lampen aan de voorzijde. Aan de achterkant brandt één witte lamp, rechtsonder. Maar… als er meerdere trekkende locomotieven zijn, de zogenaamde dubbeltractie of meervoudstractie, dan brandt de witte lamp achter alleen op de laatste locomotief.
Een andere uitzondering op bovenstaande is als de trein als ‘treinstel’ rijdt. Hiervan is eigenlijk alleen sprake bij trekduwtreinen. Zoals composities met EW IV en stuurstand of IC 2000 (dubbeldekker) en stuurstand. In deze gevallen is er geen witte lamp achter op de locomotief. Vanzelfsprekend heeft het stuurstandrijtuig sluitverlichting (of drie witte lampen als hij voorop rijdt).
Heeft een locomotief geen trein bij zich en rijdt hij alleen? Dan brandt er gewoon sluitverlichting aan de achterzijde in plaats van één witte lamp.
Dan zijn er locomotieven die treinen duwen. Dit kwam vroeger vaker voor dan tegenwoordig, nu goederentreinen op de Gotthard door de Gotthard Basistunnel gaan en een duwlocomotief niet meer nodig is. Duwende locomotieven hebben een witte lamp rechtsonder aan de voorzijde en sluitverlichting aan de achterzijde. Zijn er meerdere duwende locomotieven? Dan heeft alleen de voorste duwende locomotief een witte lamp rechtsonder en de achterste sluitverlichting. Meerdere duwende locomotieven kwam niet veel voor, maar af en toe was het te zien. Hier vind je er een video van, uiteraard op de Gotthardbahn.
Wat betreft duwende locomotieven is er nog een kleine kanttekening: een locomotief kan ook in opzending mee gaan en dus geen tractie leveren. In dat geval brandt er in beginsel geen verlichting op de locomotief, behalve sluitverlichting als de locomotief zich aan het einde van de trein bevindt.
Over de sluitverlichting
Ik noem hierboven al de sluitverlichting separaat. Dat is omdat ook daar iets bijzonders mee is. De SBB hanteerde altijd één rood achterlicht als sluitverlichting. Bij de BLS was dat overigens anders, daar werd altijd al met twee rode achterlichten gereden. Daarom zie je op de foto hierboven ook twee rode lampen op de Re4/4 van de BLS.
Later is de SBB ook twee rode achterlichten gaan gebruiken en zijn alle Re460 locomotieven daarvoor omgebouwd. De Re4/4-II, Re6/6 en Ae6/6 locomotieven zijn niet omgebouwd en hebben dus altijd één rood achterlicht gebruikt. Nieuwere locomotieven zoals de Traxx’en en Vectrons waren vanaf het begin al voorzien van twee rode achterlichten.
Vanzelfsprekend willen we zowel een enkel als dubbel rood achterlicht kunnen nabootsen.
Bijzondere verlichtingsbeelden
Dan zijn er tot slot nog wat bijzondere verlichtingsbeelden. Het betreft:
- Rangeerverlichting: met twee witte lampen voor en één witte lamp rechtsonder aan de achterzijde;
- Parkeerverlichting: één witte lamp rechtsonder aan beide zijdes;
- Noodverlichting: drie rode lampen aan beide zijdes.
En tot slot willen we ook schijnwerpers op de locomotieven kunnen schakelen.
Hoe ik dit allemaal verwerk in een logisch schema voor de locomotieven leg ik uit in het vervolg op dit blog.

No Comment! Be the first one.